Home > Alles over alcohol > Wet & beleid > Bestuurlijke boetes
Bestuurlijke boetes
Bestuurlijke boetes Drank- en Horecawet
De 10 meest gestelde vragen.
in 2005 trad een wijziging van de Drank- en Horecawet in werking. Door deze wetswijziging heeft de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) de mogelijkheid bestuurlijke boetes uit te delen.
Een wetswijziging als deze levert veel vragen en onduidelijkheden op. Het Ministerie van Voksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) geeft daarom antwoord op de 10 meest gestelde vragen over de bestuurlijke boetes.
1. Wat is een bestuurlijke boete?
Een bestuurlijke boete is een boete die zonder tussenkomst van de rechter aan een overtreder kan worden opgelegd. Inmiddels komt de bestuurlijke boete al in meer dan zestig wetten voor.
2. Waarom bestuurlijke boetes?
Er zijn drie belangrijke redenen om de bestuurlijke boete in de Drank- en Horecawet op te nemen.
- Ten eerste omdat het bij relatief lichte overtredingen eigenlijk niet nodig is, een beroep te doen op de schaarse capaciteit bij het openbaar ministerie en de rechtelijke macht.
- Ten tweede is voor veel van de overtredingen die nu bestuurlijk beboetbaar worden, het strafrecht een wel erg zwaar middel.
- Ten derde zal de VWA na introductie van de bestuurlijke boete, de Drank- en Horecawet sneller en effectiever, dus slagvaardiger, kunnen handhaven.
3. Voor welke overtredingen kunnen boetes worden opgelegd?
Een bestuurlijke boete kan opgelegd worden voor de meeste overtredingen van de Drank- en Horecawet. Het Boetebesluit geeft een overzicht van deze overtredingen.
Een aantal overtredingen van de Drank- en Horecawet zal na 1 maart 2005 onder het strafrecht (de Wet economische delicten) blijven vallen. Zo zal het toelaten van een dronken persoon (of iemand onder invloed van drugs) en het verstrekken van alcohol als dat kan leiden tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid altijd strafrechtelijk worden afgedaan.
Daarnaast bepaalt de wet dat het strafrecht toegepast moet worden als de overtreding een direct gevaar oplevert voor de gezondheid en veiligheid van mensen. Dit geldt ook in gevallen waarin het economisch voordeel voor de overtreder aanmerkelijk groter is dan de bestuurlijke boete die ervoor gegeven kan worden. Strafrechtelijke sancties kunnen aanmerkelijk zwaarder zijn dan bestuurlijke boetes.
4. Hoogte van de boetes?
De hoogte van de bestuurlijke boetes is vastgesteld in een Boetebesluit. Dit besluit bevat een bijlage met een tarievenlijst, waarin het boetebedrag per omschreven overtreding vermeld staat.
De hoogte van de boetes is in categorieën onderverdeeld. Het criterium daarbij is de ernst van de overtreding. Bovendien wordt gekeken of er sprake is van recidive én hoe recent de vorige overtreding is begaan. Ook wordt een onderscheid gemaakt naar de grootte van de onderneming. Voor bedrijven met 50 of meer werknemers zijn de boetes hoger dan voor kleinere bedrijven.
De bestuurlijke boete die voor één overtreding van de Drank- en Horecawet kan worden opgelegd varieert tussen de 450 en de 3.600. In dat laatste geval gaat het om een overtreding begaan door een ondernemer van een bedrijf met meer dan 50 werknemers, die in het voorafgaande jaar meer dan eens hetzelfde wetsartikel heeft overtreden.
In bijzondere omstandigheden kan voor een overtreding een lagere boete worden opgelegd dan in het Boetebesluit vermeld staat. Een dergelijk geval kan zich bijvoorbeeld voordoen, als de omzet van de ondernemer in verhouding tot de hoogte van de boete zeer gering is, doordat hij slechts een zeer klein gedeelte van het jaar actief is.
5. Waarom hogere boetes voor grote bedrijven?
In het Boetebesluit zijn voor grote bedrijven hogere boetes opgenomen, omdat verwacht wordt dat het lage tarief voor grote bedrijven onvoldoende afschrikkend zal werken.
Het hoge tarief van het Boetebesluit is overigens maar op 1% van de bedrijven van toepassing.
6. Wie mag de boete opleggen?
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete is toegekend aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze heeft die bevoegdheid gemandateerd aan het hoofd van het Bureau Bestuurlijke Boetes van de VWA/Keuringsdienst van Waren. Het Bureau Bestuurlijke Boetes is een onafhankelijk bureau binnen de VWA/Keuringsdienst van Waren. Het is organisatorisch gescheiden van de controleurs die de overtredingen constateren.
7. Is het mogelijk dat voor dezelfde overtreding burgemeester en wethouders de vergunning intrekken en de VWA een bestuurlijke boete oplegt?
Nee, de bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt als B&W voor hetzelfde feit aan de vergunninghouder hebben laten weten dat zij de vergunning in willen trekken.
8. Is het mogelijk dat voor dezelfde overtreding het openbaar ministerie een boete op grond van de Wet op de economische delicten oplegt en de VWA een bestuurlijke boete?
Nee, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt als voor hetzelfde feit in het kader van een strafvervolging het onderzoek ter terechtzitting is gestart. Omgekeerd vervalt de mogelijkheid van strafvervolging als een bestuurlijke boete is opgelegd.
9. Heeft een ondernemer bezwaar- en beroepsmogelijkheden?
De overtreder en andere belanghebbenden kunnen tegen de boetebeschikking een bezwaarschrift indienen bij de minister van VWS. Daarna bestaat nog de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de administratieve rechter. De betaling van de boete wordt opgeschort tot over het beroep is beslist.
10. Hoe gaat het nu in de praktijk?
De controleur bezoekt de ondernemer en doet een inspectie. Als een bestuurlijk beboetbare overtreding van de Drank- en Horecawet geconstateerd wordt, deelt de controleur mee dat hij een boeterapport zal opstellen. De ondernemer wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om een verklaring af te leggen. De ondernemer krijgt een kopie van het boeterapport.
Het Bureau Bestuurlijke Boetes beoordeelt het rapport en de verklaring. Als het Bureau het op het eerste gezicht wenselijk vindt een boete op te leggen, dan zendt het een zogenoemde kennisgeving aan de ondernemer. In die kennisgeving wordt het voornemen tot boeteoplegging aangekondigd. In de kennisgeving worden vermeld: de overtreding(en), de hoogte van de bijbehorende boete(s) en de wijze waarop de ondernemer zijn zienswijze bekend kan maken.
Nadat de ondernemer twee weken lang in de gelegenheid is geweest om zijn zienswijze bekend te maken, zal het Bureau Bestuurlijke Boetes een besluit nemen. Daarbij houdt het rekening met de door de ondernemer gegeven zienswijze. In de meerderheid van de gevallen zal het bureau een boetebeschikking vaststellen en deze laten verzenden door het Centraal Justitieel Incasso Bureau in Leeuwarden.
Bron: Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, Den Haag, 10 februari 2005.
Laatste wijziging: 7 augustus 2007


