Home > Alles over alcohol > Cijfers & onderzoek > Hulpvragen
Hulpvragen
Verslavingszorg
De verslavingszorg is het onderdeel van de gezondheidszorg dat hulp biedt aan mensen die verslaafd zijn geraakt aan drugs, alcohol, medicijnen, of gokken. In Nederland zijn verschillende gespecialiseerde instellingen actief binnen de verslavingszorg. Samen met de verslavingsreclassering sturen deze instellingen anonieme gegevens over de hulpverlening naar het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). In Nederland stonden in 2009 34 646 personen geregistreerd bij de (ambulante) verslavingszorg met als primaire problematiek alcoholgebruik.
- Het absolute aantal cliënten met een primair alcoholprobleem in de (ambulante) verslavingszorg is tussen 2001 en 2007 met 54 procent toegenomen. Tussen 2007 en 2009 bleef het aantal cliënten ongeveer op hetzelfde niveau.
- Per 100 000 inwoners van 15 jaar en ouder steeg het aantal primaire alcoholcliënten van 173 in 2001 naar 255 in 2009.
- Het aandeel van alcohol in alle verzoeken om hulp bij de ambulante verslavingszorg varieerde van 1994 tot 2000 tussen de 37 procent en 40 procent. Daarna is een duidelijke stijging te zien van 41 procent in 2001 naar 47 procent in 2005. Tussen 2007 en 2009 stabiliseerde dit aandeel op 47 tot 48 procent.
- In 2009 was een kwart (25%) van de primaire alcoholcliënten een nieuwkomer. Zij stonden niet eerder ingeschreven bij de (ambulante) verslavingszorg vanwege een alcoholprobleem. Dit is hoger dan het percentage nieuwkomers onder de primaire alcoholcliënten in 2008 (20%).
- Voor ongeveer zes van de tien primaire alcoholcliënten was alcohol het enige probleemmiddel (61%). Bijna vier van de tien rapporteerden een bijmiddel (39%), voornamelijk cannabis (12%), cocaïne/crack (12%), of benzodiazepinen (4%).
- Het aantal cliënten van de (ambulante) verslavingszorg dat alcohol als secundair probleem noemt is tussen 1996 en 2009 twee keer zo groot geworden. Tussen 2008 en 2009 steeg het aantal secundaire alcoholcliënten met zeven procent. Voor deze groep zijn cocaïne of crack (42%), cannabis (27%), heroïne (15%), gokken (4%), amfetamine (4%), methadon (2%) of benzodiazepinen (2%) de meest voorkomende primaire problemen.
Algemene ziekenhuizen
De Dutch Hospital Data (DHD) registreerde in 2009 ongeveer 1,9 miljoen klinische opnames in algemene ziekenhuizen.
- In 2009 vonden er 5 908 opnames plaats met een alcoholaandoening als hoofddiagnose. De meest voorkomende diagnoses betroffen:
- alcoholmisbruik (40%)
- alcoholische leverziekte (23%)
- alcoholafhankelijkheid (18%)
- intoxicatie en toxische gevolgen van alcohol (10%)
- alcoholpsychosen (7%).183 7 Alcohol
- Alcoholproblematiek wordt veel vaker als nevendiagnose gesteld. In 2009 stonden er 12 459 alcoholgerelateerde nevendiagnoses geregistreerd. Hoofddiagnoses bij deze nevendiagnoses waren:
- ongevallen, anders dan vergiftigingen (34%)
- spijsverteringsstoornissen (14%)
- vergiftiging (10%)
- ziekten van hart- en vaatstelsel (7%)
- ziekten en symptomen van de ademhalingswegen (6%)
- psychosen (3%).
- Het aantal klinische opnames in algemene ziekenhuizen met als hoofddiagnose een aan alcohol gerelateerde aandoening stijgt vanaf 2003 maar lijkt zich nu te stabiliseren (figuur 7.6). Tussen 2008 en 2009 daalde het aantal hoofddiagnoses met een procent.
- Tussen 2001 en 2004 steeg het aantal nevendiagnoses en dit aantal leek zich in de jaren daarna te stabiliseren. Tussen 2007 en 2008 vond er echter een stijging plaats van vijftien procent, maar tussen 2008 en 2009 vond er weer een daling plaats van negen procent.
Alcoholgerelateerde opnames van kinderen en jongeren
- In 2009 vonden er 887 opnames plaats onder kinderen van 16 jaar of jonger vanwege aan alcohol gerelateerde problematiek. Van deze opnames vonden er 496 opnames plaats onder de jongens (56%) en 391 opnames onder de meisjes (44%).
- Tussen 2001 en 2009 werd het aantal opnames drie maal zo groot. Tussen 2008 en 2009 vond er nog eens een stijging plaats van vijfentwintig procent. De hiervoor gesignaleerde algemene daling in alcoholgerelateerde ziekenhuisopnames tussen 2008 en 2009 deed zich dus niet in deze leeftijdsgroep voor.
- De stijging is groter onder de meisjes dan onder de jongens. Onder de meisjes werd het aantal opnames sinds 2001 bijna vijf maal zo groot, onder de jongens bijna drie maal zo groot.
Bron: Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2011
Laatste wijziging: 28 maart 2013


